Diagnostiek parasieten

Mestonderzoek

Mestonderzoek is een veelgebruikte manier om geiten, schapen en jongvee te onderzoeken op de aanwezigheid van een wormbesmetting. Bij mestonderzoek wordt het aantal wormeitjes dat in de mest zit geteld. Het is belangrijk om mestmonsters te nemen van verschillende dieren, omdat de uitscheiding per dier kan verschillen en je een goed beeld van de gehele koppel wilt krijgen. Neem van alle dieren vergelijkbare hoeveelheden mest voor het maken van een mengmonster. Neem ook aparte monsters per diergroep, want de wormbesmetting kan bij jonge dieren anders zijn dan bij volwassen dieren.

 

Waarom rondom lammertijd mestonderzoek doen bij schapen?

“Spring rise” bij ooien

Tijdens het einde van de dracht wordt de afweer van ooien minder. De wormen die zich in de ooi bevinden maken daar gebruik van en “bloeien” op en gaan eieren leggen. De eieren belanden met de mest op het land. Dit wordt “spring rise” of “voorjaarspiek” genoemd. Deze enorme hoeveelheid eieren, waar infectieuze larven uitkomen, op het weiland vormen een gevaar voor de jonge lammeren. De grazende lammeren worden zo al vroeg besmet met wormen, waar ze nog weinig weerstand tegen hebben opgebouwd. Dit leidt tot groeivertraging en diarree.

Daarnaast kunnen de ooien, vooral eerstejaars, ook zelf last hebben van de “wakker geworden” wormen. Dit uit zich bijvoorbeeld in minder goede conditie, wol verlies en minder melk voor de lammeren.

Het advies is dan ook om bij ooien ongeveer 3 - 4 weken voor aflammeren, als ze nog binnen staan, mestonderzoek te doen. Als de eitelling laag is, herhaal dan het mestonderzoek rondom aflammeren. Onderzoek de mest per groep; ooien die drachtig zijn van meerlingen, ooien in minder goede conditie en jonge ooien lopen meer risico op een zware worminfectie. De weerstand van de ooien tegen wormen moet 8 - 10 weken na aflammeren weer goed zijn. Houd de ooien gedurende deze tijd goed in de gaten houden, herhaal mestonderzoek en ontworm dieren als dit echt nodig is.

Ontworm alleen de ooien met hoge eitelling in de mest en klinische symptomen. Laat vooral de oudere dieren en ooien in goede conditie achterwege, zij kunnen de wormen prima zelf onder controle krijgen. Probeer van elke groep, zeker 10% van de dieren niet te behandelen. Dit helpt om de ontwikkeling van resistentie van wormen tegen wormmiddelen te vertragen.

Vroege worminfectie bij lammeren

Grazende lammeren kunnen al vroeg in het voorjaar een wormbesmetting oplopen. Niet alleen door de “voorjaarspiek” van ei-uitscheiding bij ooien, maar ook door overwinterende larven en Nematodirus eieren op het land. Als er eerder Nematodirus is vastgesteld op het bedrijf, wees dan voorzichtig met het weiden van lammeren op deze percelen. Al met al goede redenen dus, om ook de lammeren al in het vroeg voorjaar te monitoren en de mest te laten onderzoeken.

Vraag nu uw gratis mestonderzoek aan.